Hoe smartphone en GPS je lawineredding verstoren
Lawinepiepers (LVS) zijn essentieel bij toerskiën en freeriden. Ze helpen je om een onder een lawine bedolven tochtgenoot snel te lokaliseren. Moderne LVS-apparaten zijn zeer gevoelig: ze zenden en ontvangen signalen op 457 kHz via drie antennes. Deze gevoeligheid verbetert de zoekcapaciteit, maar maakt ze ook kwetsbaar voor storingen uit de omgeving. Het gevolg kan zijn dat een zoekapparaat richtingpijlen laat springen, een onjuiste afstand toont of zelfs fantasie-signalen weergeeft. In een noodsituatie kost dat tijd – en tijd is dan schaars
Hoe storingen ontstaan
Er zijn twee soorten storingsbronnen:
- Actieve storingsbronnen: elektronische apparaten die stroom gebruiken en een elektromagnetisch veld creëren.
- Passieve storingsbronnen: metalen of magnetische objecten die signalen kunnen afzwakken of vervormen.
Hoe dichter deze objecten bij een LVS komen, hoe groter de kans op storingen. Zelfs bij LVS-apparaten die alleen uitzenden, die van het slachtoffer onder de sneeuw, kan de zendkracht verminderen met als resultaat een kleinere reikwijdte.
Actieve storingsbronnen
Alle elektronische apparaten kunnen storing veroorzaken, ook als ze in vliegtuigmodus staan. Denk hierbij aan:
- smartphones
- sporthorloges
- helmcamera’s
- elektrische airbagsystemen in rugzakken
- powerbanks
- bluetooth-apparaten
- verwarmde kleding
De elektromagnetische velden van deze apparaten vormen een soort ruis rondom het LVS-signaal. De ontvanger moet vervolgens harder werken om het juiste signaal te identificeren. Dit kan leiden tot minder ontvangstbereik, springende signalen of foutieve aanwijzingen. Storingen kunnen ook afkomstig zijn van externe bronnen zoals hoogspanningslijnen, skiliften, helikopters of onweer.
Passieve storingsbronnen
Metalen voorwerpen en magneten beïnvloeden het signaal op een andere manier: zij absorbereren of blokkeren energie en kunnen zo de richting of reikwijdte van een signaal verstoren. Vaak zijn het alledaagse voorwerpen die mee op tour gaan, zoals:
- lawinenschep
- thermosfles
- klim- of stijgijzers
- kompas
- metalen drinkflessen
- kleding met warmte-reflectie
- reddingsdeken
- magnetische sluitingen
Als deze objecten dicht bij het LVS worden gedragen, kan dat leiden tot afwijkingen in signaalsterkte of frequentie.
Hoe verstoringen te voorkomen: afstandsregels
Alle LVS-fabrikanten hanteren dezelfde richtlijn:
- Tijdens het zenden: minimaal 20 cm afstand tot elektronische, metalen of magnetische voorwerpen.
- Tijdens het zoeken: minimaal 50 cm afstand tot mogelijke storingsbronnen.
Daarnaast geldt: zodra iemand tijdens de zoekactie belt met de hulpdiensten, moet afstand worden gehouden tot de zoeker – enkele meters is voldoende en praktisch uitvoerbaar.
Een goede routine is om voor iedere tocht de positie van storingsbronnen te controleren: waar zit de telefoon, waar zit de autosleutel, waar zit het LVS? Het doel is te voorkomen dat objecten ongemerkt te dicht bij elkaar terechtkomen, bijvoorbeeld in dezelfde jas- of broekzak.
Wat te doen bij een storingsprobleem tijdens de zoektocht.
Als signalen afwijkend reageren, is het cruciaal eerst storingsbronnen te verwijderen: haal elektronische of metalen voorwerpen weg, leg een schop neer, zet apparaten uit. Helpt dat niet, dan kan de zoekstrookbreedte worden verkleind. Markeer belangrijke punten, zoals het eerste signaal, om terug te kunnen keren als het spoor kwijtraakt. Regelmatige updates van LVS-software en oefensessies met storingsscenario’s zijn sterk aanbevolen.
Hoe fabrikanten omgaan met storingen
Alle in Europa verkochte LVS-apparaten moeten voldoen aan norm EN 300718. Deze norm bevat laboratoriumtests voor storingsbestendigheid, maar de praktijk is complexer. Daarom voeren fabrikanten aanvullende tests uit en ontwikkelen ze functies die storingen herkennen en compenseren. Veel moderne LVS-apparaten verkleinen automatisch de zoekstrookbreedte bij detectie van storingssignalen en waarschuwen de gebruiker via display of geluid. Enkele voorbeelden:
- Arva Neo BT Pro en Evo5: dynamisch storingsmanagement met automatische verkleining van zoekstrookbreedte.
- Mammut Barryvox: onderdrukt ghostsignalen, waarschuwt bij kritieke storingen.
- Ortovox Diract-serie: storingsdetectie en automatische aanpassing van zoekparameters.
- Pieps Pro IPS: nieuw hardware- en softwarematig systeem om storingen te verminderen, inclusief uitklapbare antenne.
Conclusie
LVS-technologie ontwikkelt zich snel, maar geen enkel apparaat is immuun voor storingssignalen. Bewust omgaan met elektronica en metalen objecten, goede afstandsregels toepassen, regelmatig oefenen en routinematig voor de start van je tocht controleren zijn daarom essentieel. Minder apparatuur meenemen betekent minder risico op storing – en mogelijk een sneller, veiliger reddingsproces.
Je moet inloggen om info toe te voegen of vragen te stellen.